Aneurysma

Het is alweer vijf jaar geleden dat mijn moeder overleed. Onverwacht maar eigenlijk ook weer niet.

Ze had een aneurysma van de hersenen waaraan ze geopereerd is, maar waarvan de gevolgen voor haar uiteindelijke dood hebben gezorgd.

Ze had het weleens tegen mijn vrouw gezegd: “er zit iets in mijn hoofd”. Maar ja, daar kan je als buitenstaander niet zoveel mee, zeker niet omdat dat voor haar doen al veel informatie was die ze over zichzelf vertelde. Maar dat 'iets' in haar hoofd begon zich op een zeker moment toch te roeren. Ze kreeg last van duizelingen, felle pijnen en ze kon daardoor zomaar onderuitgaan. Tijd om er een arts bij te halen. En die vertelde dus van het aneurysma: “je moet het vergelijken met een binnenband van de fiets die naar buiten komt. Als je die band oppompt zal de bult van die binnenband steeds groter worden, steeds verder naar buiten komen en uiteindelijk klappen.” Dat kon dus ook in haar hoofd gebeuren. Een ader met een zwakke plek krijgt een uitstulping die langzaam steeds groter wordt. Totdat het een keer uit elkaar spat, met een hersenbloeding tot gevolg. Een heel serieus probleem dus.

Er waren nu twee mogelijkheden, beide uitermate slecht: niets doen en wachten tot er weer iets gebeurt, of een hersenoperatie ondergaan waarbij een bypass wordt geplaatst die de uitstulping ontlast en uiteindelijk moet doen afsterven. Een variant van de clipping-methode. Mijn moeder koos voor het laatste, omdat ze bang was voor nieuwe aanvallen, de pijn en de hersenbloeding. Ze was ook bang voor de operatie maar had in ieder geval het gevoel dat er dan iets aan verbeterd zou worden.

Volgens de chirurg was de operatie geslaagd. Er waren wel wat complicaties, maar de revalidatie kon beginnen. Vijf moeilijke en moeizame maanden zouden volgen, waarin mijn moeder zich voornamelijk geneerde omdat zij zo hulpeloos was. Ze had haar leven lang hulpbehoevenden bijgestaan en nu was ze er zelf één. Toch was er vooruitgang. Tegen het einde van de vijfde maand kon ze met behulp van een rollator zelfs stukjes wandelen. En juist in de fase dat we dachten dat het toch nog allemaal goed zou komen kreeg ze één van haar steeds regelmatiger terugkomende epileptische aanvallen gevolgd door een hartstilstand en was het over.

Het wordt een beetje wazig in mijn hoofd, de beelden beginnen te dansen en ik begin een irritante pieptoon te horen. Na een seconde of tien zit ik opeens rechtop in bed. Ik zet de wekker uit, pak de telefoon en bel mijn moeder. “Ma, alles goed? Voel je je goed, geen hoofdpijn ofzo?””Nee joh, nergens last van. Ik heb toch nooit hoofdpijn, waarom vraag je dat?””Laat maar. Ik kom vanmiddag even langs, goed?””Tuurlijk jongen, altijd goed.” Opgelucht hang ik op en laat me weer op bed vallen.

Ik blijf een tijdje zo liggen, totdat het weer wazig voor mijn ogen wordt. Uiteindelijk wordt ik écht wakker en weet ik dat het toch allemaal echt gebeurd is. Mijn moeder is er al bijna vijf jaar niet meer en dat is niet leuk.

Dit korte verhaal is gebaseerd op ware feiten en gedramatiseerd om er een interessante wending aan te geven. Het verhaal is ingestuurd als kandidaat voor de prijsvraag van Nederland Leest: een zeer korte verhalen wedstrijd.

 

Plaats een reactie