Jobhopper

Deze eeuw ben ik verworden tot een heuse jobhopper tegen wil en dank. De oorzaak kan liggen in het feit dat ik misschien wel een neus heb voor het vinden van werkgevers die het binnen een paar jaar niet meer zo goed doen, of een neus voor het kiezen van de verkeerde branche of beide. Ik denk echter dat ik het slachtoffer ben van de huidige maatschappij, waarin steeds minder vaak vaste contracten vanzelfsprekend zijn en de mens steeds meer gedwongen wordt een eigen bedrijf op te starten.

Ik werkte bij een softwareproducent. Leuk werk: wegennetwerken tekenen in de computer, deze daarna omzetten in veelgevraagde formaten, zodat de klant de data kon gebruiken voor zijn eigen routeplanner. Het bedrijf groeide explosief, opende extra filialen in het buitenland en ging begin deze eeuw bijna failliet. Alleen een doorstart met weinig personeel kon redding brengen. De collega’s in Ierland en India konden blijven, ik en mijn collega’s verloren een vaste baan.

Dan maar eens bij een zorginstelling proberen. Als kwaliteitsmedewerker ging ik bij medewerkers langs om hun arbeidsprocessen in kaart te brengen en te digitaliseren. Ik verdiepte me helemaal in het programma Protos, wist er snel veel van en kreeg ook te maken met intranet en internet. Met het bedrijf ging het steeds minder en na ruim twee jaar werd ik boventallig geplaatst. Niet omdat ik niet goed functioneerde, maar gewoonweg omdat ik de laatste medewerker was die bij deze afdeling in dienst was getreden. Een LIFO, zoals ze dat in de detailhandel noemen wanneer er een artikel in de aanbieding is: Last In First Out! Ik had een webdesign opleiding gekregen (heel logisch bij een zorginstelling, maar wel heel prettig), kreeg een paar maandsalarissen mee plus nog eens twee specialisatietrainingen op het gebied van webdesign, maar was wel weer een vaste baan lichter.

Mijn carrière als ongewenst jobhopper ging verder bij een collega-zorginstelling, waar ik vrijwel direct aan de slag kon. Weer als kwaliteitsmedewerker met vrijwel dezelfde werkzaamheden. Ik deed meer met internet en webdesign, mocht een prijs ophalen bij de producent van de Protos-software (toespraak voor een volle zaal van zo’n 400 man) en deed ook werk voor de ict-afdeling. Ik was ‘not amused’ toen ik na twee jaar te horen kreeg dat mijn contract niet werd verlengd, wegens reorganisatie.
Daar ging ik dus weer. Net een huis gekocht en dan verhuizen naar een andere provincie zónder een baan.

Vanaf dat moment werden de dienstverbanden steeds korter en de periodes als werkzoekende steeds langer. Ik begon nog goed in mijn nieuwe woonplaats, door als consultant goed te verdienen bij de Protos-producent, maar na een vooral fysiek zeer vermoeiend jaar van veel per auto reizen naar de andere kant van het land werd het jaarcontract op mijn initiatief niet verlengd.
Daarna ging het hard: vier maanden bij een educatief projectbureau, 6 weken bij een internetbureau en één maand bij een ander internetbureau. Begin 2009 was de koek op. Ik kwam toen al niet meer aan de bak als werknemer en probeerde mijn eigen bedrijf wat meer uit te bouwen.
Drie jaar lang werd ik ingehuurd door een etikettendrukkerij. Van de ene op de andere dag stopte de samenwerking. That’s part of the game als je zelfstandig ondernemer bent, maar wel heel vervelend. Er bestaat namelijk geen uitkering als je als zelfstandig ondernemer zonder werk komt te zitten. Ja, er schijnt wel een uitkering te bestaan, maar dat is eigenlijk meer een verzekering. In mijn geval zou ik meer geld kwijt zijn aan het betalen van de premie daarvoor dan dat ik als zelfstandige aan inkomsten zou hebben.

Vrijwillig

Doordat je als werkzoekende boven de 35 in Nederland bijna bent afgeschreven voor de betaalde arbeidsmarkt besloot ik na een paar jaar vruchteloos solliciteren het maar eens als vrijwilliger te proberen. Ik reageerde op vijf vacatures en kon bij alle vijf snel aan de slag. Een score van 100 procent! Nu ineens wel! Ik ging uiteindelijk aan de slag op een middelbare school als conciërge en facilitair medewerker. Na een jaar werd ik gevraagd om Onderwijsassistent Techniek te worden. Eigenlijk als vrijwilliger, maar na wat onderhandelingen peurde ik er een minicontractje uit. Na drie maanden werd ik gevraagd bij een andere school voor de functie van TOA Natuurkunde (en later ook scheikunde). Mijn kennis van natuurkunde en scheikunde dateerde van klas 3 VWO van 30 jaar geleden, maar men wilde mij toch graag hebben. Wonderlijk, maar fijn. Niemand is onmisbaar, maar binnen 17 maanden kreeg ik dat gevoel toch wel een beetje. De directie was echter onverbiddelijk: maximaal twee jaar en dan eruit. Wat is die WWZ en de ketenbepaling een zegen… maar niet voor de werkzoekende. Waar je voorheen nog een kans had om na een paar tijdelijke contracten een vast contract te bemachtigen is die kans nu nihil geworden.

Over een paar weken begin ik bij mijn volgende tijdelijke werkgever. Via een uitzendbureau, omdat ik de banen niet voor het uitzoeken heb en dit toevallig langskwam en ik het niet kón weigeren. Dus ik hop weer naar een volgende job in de wetenschap dat mijn pensioenpotje wederom niet of nauwelijks zal groeien. Want door al dat gehop krijg je vaak de tijd niet om een pensioen voort te zetten of opnieuw op te starten. En als je er al één start wordt het ook weer snel onderbroken en kun je met het nodige geluk en de nodige moeite het pensioentje overhevelen naar de volgende pensioenaanbieder. Meestal echter stopt de pensioenopbouw alweer en krijg je na verloop van tijd een bericht dat je kleine pensioen afgekocht wordt, er een gigantische belasting over berekend wordt en je uiteindelijk een piepklein bedrag op je rekening ontvangt waar je niet eens je eerstvolgende boodschappen mee kunt betalen.
Het wordt tijd dat al die gewichtige mensen in ‘s-Gravenhage eens gaan nadenken over de gevolgen van de veranderende arbeidsmarkt in ons land en actie ondernemen om problemen met onder andere de pensioenopbouw te voorkomen, zodat iedereen straks voldaan en met een goed pensioen van zijn of haar oude dag kan genieten.

Jobhopper zijn is leuk als je zelf graag vaak van baan verandert om er beter van te worden. Ik vind er niks aan, u begrijpt wel waarom…

 

Plaats een reactie